Culturen gaan verschillend om met schoonheid. Idealen zijn soms zelfs tegenovergesteld. Dit is overduidelijk te zien aan schoonheidsidealen zoals huidstint, gewicht en haardracht, maar ook binnen de architectuur zijn de schoonheidsidealen zeer verschillend. Architectuur is meestal veel complexer dan een stijl van bouwen, het heeft te maken met de manier van leven.

Ik heb me de afgelopen jaren verdiept in de Japanse levensstroming Wabi-Sabi. De stroming is gefundeerd op een authentieke vorm van leven die dichtbij de natuur zijn oorsprong vind. De Japanse levenswijsheid, leert kijken naar de schoonheid van de vergankelijkheid. De strijd tegen de natuur hoeft niet gestreden te worden. Door de natuur en de vergankelijkheid die hiermee samengaat te aanvaarden en je er aan over te geven kunnen er juist mooie dingen ontstaan.

“Wabi-sabi gaat niet over prachtige bloemen, indrukwekkende bomen, of landschappen. Wabi-sabi gaat over het minderjarige en het verborgene, het voorlopige en het kortstondige; dingen die zo subtiel en vergankelijk zijn dat ze onzichtbaar zijn voor het grove oog”

Wabi-Sabi is de schoonheid van alles wat niet-eeuwig is, het niet-perfecte, het aardse, het kleine en vergankelijke. Door het zenboeddhisme en het taoïsme beïnvloed, ontwikkelde Wabi-Sabi zich als tegenhanger van de 13e eeuwse Chinese pracht en praal. Het rijkelijk versierde Chinese porselein werd vervangen door eenvoudig aardewerk. Het aardewerk is niet netjes glad in een mal gemaakt maar gekneed zodat de vingerafdrukken van de maker er nog instaan. Elk voorwerp is door een ambachtsman gemaakt, geen mok is hetzelfde. Het genieten van de kleine dingen die bij het leven horen maakt Wabi-Sabi tot een stroming voor wie op zoek is naar innerlijk geluk. Door het leven met zijn groei en verval te gaan waarderen en van kleine dingen te genieten wordt de essentie bereikt. Niet het streven naar het perfecte wat nooit gehaald kan worden, maar de waardering voor het onopvallende, het vergankelijke en het kortstondige geeft meerwaarde aan het leven.

Een Japanner was eens op bezoek in het westen. Hij complimenteerde zijn gastheer over het mooie groene mospad achter in de tuin. Waarop zijn gastheer snel beschaamd vertelde dat hij het binnenkort zou gaan schoonmaken. De westerse gastheer begreep niet dat zijn gast een compliment maakte. In Japan heerst een ander schoonheidsideaal. Wat in het westen wordt gezien als slordig, wordt daar als schoonheid aanvaard. Men aanvaardt de tekenen die de natuur achterlaat. De Japanse man die zijn gastheer complimenteerde met zijn bemoste tuinpad kende deze vorm van schoonheid, deze levensvorm of eigenlijk levenswijsheid. Het accepteren van de tijd, het accepteren van de natuur. Die doet vaak andere dingen dan wij zouden bedenken als we alles zelf in de hand zouden hebben.

Tip om te lezen; Wabi-Sabi for Artists, Designers, Poets & Philosophers